Belgisch spoor van wereldleider naar verval

22. April 2015 zur Übersicht

Artikel von Bart Staes, Philippe Lamberts und Michael Cramer erschienen am 22. April 2015 in "De Morgen".

Ja, treinstakingen zijn vervelend. Zonder ook maar iets aan het stakingsrecht te raken en zonder te zeggen dat vakbonden allerlei sociale verworvenheden zomaar moeten afstaan, is er wel een belangrijke afweging die we collectief moeten maken. Zou het niet mogelijk zijn om een iets minder corporatistische reflex te hebben in ruil voor een langetermijn-investeringspolitiek in het Belgische spoor? Kort door de bocht: wat toegevingen doen om de spoorwegen als openbare dienstverlening, weer een hoeksteen van de mobiliteit te maken, en dit af te dwingen bij spoorbaas Cornu en de politiek. Zo bouw je een solide en gezondere toekomst voor de NMBS en bestrijd je tegelijk een sociaaleconomische kanker: files. In ruil voor sociale vrede moet de politiek haar nefaste en onderbelichte rol erkennen: er worden keuzes gemaakt die de Belgische spoorwegen stapsgewijs degraderen richting zijspoor. België was ooit een wereldleider op het spoor. De allereerste spoorverbinding die in 1835 op het Europese vasteland werd geopend, liep tussen Brussel en Mechelen. Dit land heeft een van de meest intense elektrische spoorweginfrastructuren ter wereld. Vandaag zit België op een zijspoor. Terwijl de meeste Europese landen hun spoorwegen moderniseren, hebben de vorige en huidige Belgische regeringen vooral drastisch bespaard. Dit ook vanwege NMBS-verliezen, mede veroorzaakt door inefficiënt en non-transparant financieel beheer van het spoorbedrijf. Infrabel en de NMBS worden verondersteld om dit jaar 188 miljoen euro te besparen en tegen 2019 in totaal 2,1 miljard euro. Dat staat in scherp contrast met de rest van Europa: Frankrijk investeert in de spoorinfrastructuur 150 miljoen extra en Duitsland verhoogt de investeringen met 60 procent. Nederland is van plan om de geldstroom richting spoor op zijn minst stabiel op 2,4 miljard euro per jaar te houden. En Groot-Brittannië keurde zelfs een vijfjaren-investeringsplan voor de verwaarloosde spoorwegen goed, ten belopen van liefst 52 miljard euro. In realiteit zal België een veel hogere prijs betalen voor de besparingen dan dat die 'opleveren'. De maatregelen raken de Belgische spoorwegen hard, net op een moment dat de inspanningen van de laatste vijftien jaar de efficiëntie en klantvriendelijkheid van de NMBS hadden verbeterd. Het succes van het beleid van voor de besparingen is meetbaar: het aantal reizigers steeg met 58 procent sinds 2000. Het aantal beschikbare plaatsen nam dezelfde periode met slechts 10 procent toe. Wil men op deze koers verder, dan kan dat niet minder geld. Sinds de besparingen viel het waarderingscijfer terug van 7,44 (op 10) in 2004 tot 6,51 in 2013. Het nieuwe Mobiliteitsplan van begin december wordt door negen op de tien reizigers als een stap terug gezien. In 2013 vielen ruim drie keer zoveel treinen uit dan in 2003, goed voor zeker 20.000 in totaal. Tot slot wordt het voltooien van het cruciale RER/GEN netwerk rond hoofdstad Brussel opnieuw uitgesteld tot 2025. Gezien de dagelijkse filemiserie met niet alleen ergernis en tijdverlies, maar die vooral ten koste gaat van gezondheid (fijn stof), welzijn en economische ontwikkeling, heeft dit land recht op een echte mobiliteitsvisie. En spoorwegen moeten daar het hart van vormen. En nee, onze staatsfinanciën moeten niet ontsporen, met relatief bescheiden investeringen kan veel worden bereikt. Het gaat met name om het beter benutten van bestaande infrastructuur (bijvoorbeeld het Brussels Express Netwerk), om meer transparantie en efficiëntie in het financieel beheer, zonder politiek benoemde bestuurders, om het investeren met als doel de dienstverlening te verbeteren en niet alleen de esthetiek van bepaalde dure nieuwe stations die als statussymbool dienen. Last but not least, op bepaalde subsidies moeten worden bespaard, zoals de heilige bedrijfswagens. België heeft nog steeds het potentieel om weer wereldleider te worden, maar de overheden moeten dat wel willen.